Roger Corman, geboren in 1926 en in 2024 overleden, maakte op een haartje na een hele eeuw vol. De man die bekend werd als the king of the b movie – al doet zelfs die eretitel zijn invloed nog tekort – regisseerde en produceerde in dat lange leven een krankzinnig aantal films voor soms onvoorstelbaar lage budgetten. En passant gaf hij beginnende filmmakers als Francis Ford Coppola, Martin Scorsese en Jonathan Demme een beslissend duwtje naar de Hollywoodtop. Genoeg redenen dus om zijn ‘centennial’ (honderdste jubileum) te herdenken met een paar van zijn sterkste films: X-The Man Man with the X-Ray Eyes (1963), The St. Valentine’s Day Massacre (1967) en Death Race 2000 (1975). En in één moeite door aandacht te vragen voor zijn echtgenote Julie Corman (geboren 1942), die mét en los van Roger een indrukwekkende carrière opbouwde als producent. Producent én rolmodel, in een tak van het filmbedrijf waar destijds nauwelijks nog vrouwen waren te vinden. Bovendien zou Julie in later jaren haar kennis en ervaring als docent en in masterclasses weer doorgeven aan jongere generaties filmmakers.

Op 1 november komt ze er op Imagine over vertellen tijdens haar talk A Life in Independent Cinema. We spraken haar alvast in de aanloop.

Met haar eerste productieklus, Night Call Nurses uit 1972, gooide Corman zijn echtgenote meteen in het diepe. Houd het budget in de gaten en zoek een regisseur, luidde de beknopte instructie. Dat werd, op aanraden van Scorsese, Jonathan Kaplan, die in 1988 een Oscar zou winnen voor The Accused met Jodie Foster. De film bracht zijn geld op en Julie zou nog zo’n veertig films aan haar cv toevoegen. We vroegen haar wat de beste les was die ze van haar man meekreeg. Het antwoord is kort maar krachtig: ‘Dat als je over elk gedraaid shot in discussie gaat, je aan het eind van de rit spijt krijgt.’ 

Producenten geef ik mee dat ze zich altijd één vraag moeten stellen: ‘Waarom zijn we nog niet aan het draaien?’

Roger Corman kennen we als regisseur en producent van genres als horrorfilms, biker movies, vrouwengevangenisfilms en nog veel meer, vol actie en geweld en als het even kon een vleugje maatschappijkritiek. Julie Cormans voorkeur gaat uit naar het wat kalmere, meer family friendly werk. Haar favorieten? The Dirt Bike Kid, en Da, ‘omdat ik Iers ben’. 

Wat zijn naar haar mening de belangrijkste veranderingen die de filmindustrie heeft doorgemaakt in de loop van haar ruim vijftigjarige carrière? ‘Er vonden verschuivingen in de distributie plaats toen de grote studio’s met hun megabudgetfilms het leeuwendeel de programma’s in de bioscopen opeisten. Gelukkig bood de markt voor homevideo uitkomst, en tegenwoordig zijn er talloze manieren om je film vertoond te krijgen – waaronder de vele filmfestivals die kansen bieden aan opkomende filmmakers en makers van lowbudgetfilms.’ 

Welk advies heeft zij op haar beurt voor die opkomende filmmakers? ‘Ik raad ze aan de montagekamer in te duiken om te zien wat er tijdens de opnames misging, én zich te verdiepen in acteren. Producenten geef ik mee dat ze zich altijd één vraag moeten stellen: ‘Waarom zijn we nog niet aan het draaien?’’ 

Talk Julie Corman: A Life in Independent Cinema – Zondag 1 november, 17:00, LAB111  

Artikel door Phil van Tongeren

InstagramTikTok