Veel van zijn latere werk werd vertoond en bekroond op festivals in Tokio, Cannes, Venetië, Busan en Berlijn, waaronder Charisma (1999), Pulse (2001), Bright Future en Doppelgänger (beide 2003). Tegelijkertijd bleef Kurosawa ook actief in andere genres, zoals familiedrama (Tokyo Sonata, 2008) en romantische fantasy (Journey to the Shore, 2015). In 2020 ontving hij in Venetië een Zilveren Leeuw voor zijn spionagefilm Wife of a Spy. Zijn nieuwste, het historische mysterie The Samurai and the Prisoner, was dit jaar de bestbezochte film in Japan.
Kurosawa’s werk gaat over eenzaamheid en existentiële angst, terwijl hij tegelijkertijd met een kritische blik naar de Japanse samenleving kijkt. Geesten zijn in al zijn verhalen aanwezig, zowel in hun traditionele vorm als in de gedaante van spooksteden of de spoken in onszelf. In Kurosawa’s wereld drijven technologische vooruitgang en de moderne samenleving mensen uiteen, in plaats van ze te verenigen. Zijn films zijn bovenal enorm humanistisch: hij richt zich op normale mensen met maatschappelijke verplichtingen, die hun waardigheid proberen te behouden en met hun eigen demonen worstelen.